Graffiti in Herengracht 605

15 oktober 2015

Museum Willet-Holthuysen heeft een bakstenen voorgevel met zandstenen beeldhouwwerk en plint. Op het poreuze zandsteen op straatniveau wordt zo nu en dan door voorbijgangers met spuitbus of stift een graffiti-tekst achtergelaten.

Verwijdering van zo’n opschrift is geen sine cure. Een volledige reiniging zonder schade aan de steen is vaak niet mogelijk. De kleine verfdeeltjes hechten namelijk uitstekend aan het  ruwe zandsteen en zijn dan zelfs met kompressen of microstraal technieken nauwelijks meer te verwijderen. Soms is retoucheren van de steen nog de enige optie om de hardnekkigste verfvlekken te camoufleren.

Tijd is een belangrijke factor; hoe eerder men reinigt des te beter de graffitiverf zich nog laat verwijderen. Opvallend is dat sommige kleuren lastiger te verwijderen zijn dan andere, met name rood is berucht. Bedrijven uit de schoonmaak-, schilder- en restauratiebranche leggen zich er daarom op toe de pas aangebrachte graffiti snel aan te pakken. Volledig uitgeruste antigraffiti schoonmaakploegen staan klaar om direct na het weekend (verhoogde kans op nachtelijke graffitiactiviteit) uit te kunnen rukken. Verder worden maatregelen genomen om de gevels minder kwetsbaar te maken door ‘coatings’ van zetmeel of was. De verf hecht hierdoor minder goed op de steen en is dan beter te verwijderen. Na reiniging hoeft dan alleen de beschermlaag weer aangebracht te worden. De herhaalde vervuiling en schoonmaak brengt afgezien van schade terugkerende onderhoudskosten met zich mee. In Sao Paulo (Brazilië) schijnen sommige eigenaren deze cyclus op originele wijze te ontlopen door aan te bieden de reinigingskosten te doneren aan goede doelen, op voorwaarde dat ze van graffiti verschoond blijven (Voor aspirant spuiters ligt de administratie van deze donaties uiteraard ter inzage...)

Na een wat plichtmatige introductie zullen onverantwoordelijke types nu wel verveeld zijn afgehaakt en is het tijd wat te vertellen over de interessante historische "graffiti" die in het pand werd achtergelaten door werklieden en een enkele eigenaar.

Meestal zitten dit soort teksten op een verborgen plaats en komen ze pas aan het licht bij het verwijderen van een bespanning of een vloerdeel. Bij het gros betreft het de obligate naam met datum. Een mooi voorbeeld is het losse plankje dat recht boven de lichtkroon van de salon of balzaal tussen plafond en vloer werd gevonden. Hierop hebben verschillende werklieden en een eigenaar hun naam geschreven en het vervolgens achtergelaten onder de vloer. Het plankje is er niet blijven liggen maar wordt tegenwoordig in depot bewaard als waardevol historisch document (inventarisnr. KA 22654 A/B).

Plankje met namen

Op de voorzijde laat zich ontcijferen;

JH Taets van Amerongen van […?]

Vernieuwt door

G Kleyn en [R Wenter?]

[?]

en W van […?]

stukadoor

[baas?]

Fe 6 1825

G Kuypen en P Wesseling

knegts

 

en daardoorheen:

Hernieuwd 1865

H Gepke en JF

Arnoldi

Op de achterzijde nogmaals de hanenpoten van J.A. Taets van Amerongen tot Woudenberg, eigenaar van 1820 tot 1855. Het plafond uit zijn tijd is niet bewaard gebleven.

Het huidige stucplafond in de salon draagt op het middenrozet de datum 1865 wat overeenstemt met de tweede datum op het plankje. De bijbehorende ontwerptekening uit die tijd is bewaard gebleven en werd door kunsthistoricus Hillie Smit opgespoord. Wat de rol van Gepke en Arnoldi exact was is niet geheel duidelijk want bij de datering in het stucplafond staan de initialen HDL, door Smit geïnterpreteerd als Hans Diederich Luscher, een stucwerker.

Plafondontwerp met vier varianten. De versie linksonder is het geworden.
Detail plafond grote salon/balzaal.

Een andere categorie zijn de merken die soms worden aangebracht als hulpmiddel bij montage. In de kleine salon, de huidige ‘Damessalon’, werden op de achterzijde van de vergulde behanglijsten plaatsaanduidingen geschreven ‘groote vak’ ‘en face du cheminée’ en dergelijke. Minder duidelijk is de reden van de namen ‘Josephine’ en ‘Catherine Hohl’ op enkele lijsten. Werden hiermee de vergulders aangegeven die stukloon betaald kregen?

Proefopstelling met oude lijstfragmenten op het behang
Achterzijde met naam ‘Josephine’

Mijn favorieten zijn echter de teksten die iets meer zeggen over de schrijver - de kleine ontboezemingen. Op de onderzijde van de vloerdelen van mevrouw Holthuysen’s kantoor zijn door timmerlieden die in de kleine salon eronder een nieuw plafond aanbrachten, met krijt teksten aangebracht.

Krijttekst plafond kleine salon

De complete tekst luidt:

'Jacobus

Geesken oud 20

Jaar in't jaar

1801 den 19

Maart hebbe

wij het daaraan

getimmert

met ons bijde ik

en Ary Jonling

oud 41 Jaar

het C7 der Jaar

bataafse Glatheid

toen de franse hier

waren was alles eve

schraal’[1]

‘Bataafse gladheid’ lijkt niet als compliment bedoeld voor de Patriotten en inderdaad bekent Geesken zich tot de Oranjepartij op een andere, nog meer verborgen plaats tussen de balk en de buitenmuur:

‘Prins Willen

Heb ik Lief

Den franzman is een Dief'

De datum 19 maart1801 valt samen met de bewoning door eigenaar Johan Christoph Blanckenhage en diens echtgenote Martha Harden die het pand in 1800 kochten en het kennelijk lieten opknappen, ondanks de crisis. Onder andere werd de kleine salon op de beletage voorzien van een nieuwe lambrisering, empire stijl behangsels en een stucplafond dat Geesken en Jongling hielpen installeren.

Stucplafond met waaiermotieven in de hoeken en een rozet in het midden van de kleine salon

Minder geëngageerd dan Geesken maar even snedig, was de achttiende-eeuwse werkman die op het stucwerk boven het plafond van het boudoir rijmelde:

‘Pieter de Weeslepel schreef

Pieter De Geck

&

Hendrik De Kak

knappe se maar op haar gemack’

Tekst

Pieter was gezien het schetsje naast zijn rijmpje aanwezig bij de installatie van de zandstenen decoratie boven de balkondeuren.

Schetsje kuif vensteromlijsting
Zandstenen bovendorpel van de vensteromlijsting in het midden van de gevel.

Hoe dichter je bij het dak komt hoe minder verborgen de schrijfsels zijn, met als toppunt de dakkapel die vanaf de vliering toegang geeft tot het dak. Hier voelden ca. 25 passanten zich vrij om iets in het hout te kerven.

Dakkapel van binnen.
Teksten op beschot dakkapel

Enkele malen komen de goed leesbare initialen A.D.W voor met de jaartallen 1881 en 1888. In 1881 werd er door de architect Y. Bijvoets een ontwerp geleverd voor een nieuwe lantaarn (lichtkoepel) op het dak boven het trappenhuis. Wellicht was A.D.W. betrokken bij de bouw van de lantaarn, die overigens later weer vervangen is door het huidige moderne exemplaar.

Signatuur
Ontwerp Y. Bijvoets (Stadsarchief Amsterdam)

De vroegste datum die we aantreffen op de bebording is Ao1702, dat wil zeggen zestien jaar na de bouw van het pand. Het verschaft de dakkapellen de eerbiedwaardige leeftijd van minimaal 313 jaar.

Vroegste datum

[1] De jaartallen 1801 en C7 stemmen op het eerste gezicht niet goed overeen. C 7 zou duiden op het jaar 7, m.a.w. 1789-1799? 19 maart 1801 zou volgens de nieuwe Franse jaartelling 28 Octidi van Pluviôse IX moeten zijn geweest.

Blijf op de hoogte

Meld u aan voor de nieuwsbrief van het Amsterdam Museum, zo blijft u ook op de hoogte van de activiteiten in Museum Willet-Holthuysen.