Dienstbodes en huisknechten

19 mei 2015

In het verhaal over de familie Willet-Holthuysen komen hun huisgenoten, de inwonende bedienden er nogal bekaaid van af.  Er is over hen nauwelijks meer bekend dan over de huisdieren van het echtpaar. Wie ze waren en wat ze deden is niet systematisch onderzocht. De delen van het huis die traditioneel als werk- en verblijfruimtes door het personeel gebruikt werden, zijn sinds de opening van het museum sterk aangepast. Nadere gegevens over het personeel zullen naar verwachting meer inzicht geven in de huishouding en de oorspronkelijke inrichting van met name het souterrain en de tweede verdieping waar het personeel gehuisvest was.

Herengracht; tweede huis van rechts nummer 605. GAA, Collectie Jager ca. 1880

Een blik in de registers

In het bevolkingsregister in het Stadsarchief Amsterdam zijn de namen van inwonend personeel plus nog wat summiere gegevens te achterhalen. In de periode 1865-1897 hebben aan de Herengracht 605  naast het hoofd van de huishouding Abraham Willet en zijn echtgenote Sandrina Louisa Holthuysen (beide zonder beroep) nog een tachtigtal anderen gewoond, van wie het genoteerde beroep dienstbode, kamenier, gezelschapsjuffrouw, huishoudster, linnenjuffrouw, kinderjuffrouw, huisknecht, (huis)bediende, koksbediende of huisbewaarder was.

Detail uit woningboek (GAA KLAB05938000164)

De registers leveren een inkijkje van zo’n 30 jaar huishouden op stand. Onder de hoofdbewoners worden steeds van alle werknemers woonachtig op Herengracht 605 keurig de naam, geboortedatum, plaats van herkomst, datum indiensttreding en vertrek, beroep, kerkgenootschap en soms burgerlijke staat vermeld. Het merendeel van de bediening - vijftig personen - was van buiten Amsterdam afkomstig. Ze kwamen uit de provincie of zelfs uit het buitenland, zoals een twaalftal uit Duitsland, vier uit Frankrijk, een Zwitserse en een Deense.

De doorsnee leeftijd lag tussen de 20 en 35 jaar, maar enkele van de huisknechten waren opvallend jong, zoals de 17 jarige Beliser Ferdinand Demartin uit Pecq (waarschijnlijk ging het hier om de gemeente du Pecq, Frankrijk, in de buurt van le Vésinet waar het echtpaar W.-H. een villa bezat) en de pas 15 jarige Carl Adolph Herklotz uit Dresden.

De rolverdeling

Uit de in- en uitschrijvingen kan bovendien het gemiddelde aantal inwonend personeel worden opgemaakt. Aanvankelijk waren er drie à vier vrouwelijke werkneemsters en twee mannelijke. In de periode 1877-1886 was die verhouding echter omgedraaid: toen waren er 3 à 4 mannen en slechts enkele vrouwelijke werkneemsters, daarna ongeveer 2 om 2.

Hun respectievelijke functies zijn niet altijd even duidelijk. De opgave in het bevolkingsregister werd door betrokkenen zelf gedaan en in de kolom ‘beroep’ komen meestal de termen huisknechthuisbediendebediende en dienstbode voor. Heinrich Wilhelm Götze staat bijvoorbeeld als huisknecht en bediende vermeld, terwijl we weten dat hij de huiskok van het echtpaar was.

Personeelsadvertenties

Om iets meer te weten te komen over de taakverdeling kunnen de inschrijvingen soms vergeleken worden met de personeelsadvertenties van de familie in de kranten Het Nieuws van de dag en het Algemeen Handelsblad. Daarin worden meer specifieke taken en functies genoemd. Zo wordt in april 1878 geadverteerd voor een bekwame strijkster tussen de 25-28 jaar oud die ‘bekend is met de grote was’. De maand erop wordt de 28 jarige Gesina van Leeuwen ingeschreven op de Herengracht 605 (als dienstbode).

Februari 1880 wordt geadverteerd voor een ‘flinke werkmeid, gewend alle Huiswerk te doen, en genegen ’s Zomers Buitenslands te gaan. Vereischten zijn: opgeruimdheid va Humeur en gezond van Gestel’. De 24 jarige Adriana Johanna de Bijl uit Amsterdam wordt aangenomen en blijft tot november dat jaar bij de familie. 

24 Maart 1882 wordt gevraagd tegen April als derde meid ‘Een Burgermeisje […] gezond en 28 jaar oud, bekwaam in Naaien, Stoppen, de Wasch opdoen’. De 23 jarige Dieuwertje Dekker uit Zaandam begint in mei dat jaar.

Verder wordt er regelmatig geworven voor een kamenier. Het verschil tussen een kamenier en een meid lijkt daarbij marginaal; meestal wordt in de advertenties gewag gemaakt van de taken ‘wolle- en linnen naaien, strijken en vrouwelijke handwerken’ Opvallend is echter wat niet vermeld wordt; een kamenier was een persoonlijke bediende die o.a. mevrouw hielp met het kleden en het doen van haar kapsel (het ‘kappen’ wordt wel een enkele maal genoemd).

Eind december 1881 wordt een Huisbediende gevraagd; ‘P.G., 25 à 30 jaar, volkomen met Lampen, Tafeldienen en verder Huiswerk bekend’. Een maand later begint de pas 18 jarige Leon Rouzeau, een katholieke jongeman afkomstig uit Frankrijk die ondanks zijn tekortkomingen kennelijk goed bevalt – hij zou haast vijf jaar blijven.

Grappig detail in de personeelsadvertenties zijn de codes die iedereen kennelijk begreep; zo is daar steeds de standaard vermelding ‘P.G.’. Dit stond voor het protestants geloof van het huisgezin en diende waarschijnlijk vooral ter informatie aan de sollicitanten. Die waren dan op de hoogte en konden zelf bijvoorbeeld NH (Nederlands Hervormd), EvL (Evangelisch Luthers), RC of Cath (Katholiek) en een enkele keer DG (Doopsgezind) zijn.

Kanttekeningen

Het beeld van het personeelbestand dat naar voren komt uit het bevolkingsregister lijkt niet helemaal compleet te zijn. Ook is de bezetting nogal onregelmatig. Daarvoor zijn enkele oorzaken te noemen; personeel dat elders woonde blijft onzichtbaar. Zoals zgn. ‘dagmeisjes’ en ‘werkmeiden’ en de koetsier die waarschijnlijk in het koetshuis aan de Amstelstraat 20-22 huisde. Ook tijdelijk ingehuurde krachten zoals naaisters vind je niet terug. Bovendien verbleef de familie niet het hele jaar in Amsterdam; men nam lange vakanties. Toen Willet en zijn echtgenote in ’69-’70 een lange reis van negen maanden door Frankrijk en Italië maakten, waren naast de dienstbode Johanna Leeber alleen de beide ‘huisbewaarders’ ingeschreven – het echtpaar Keppel-Rapeke. Van 1874 tot 1884 diende een huis in Le Vésinet, Frankrijk als zomerverblijf. Gedurende die periodes van afwezigheid in Amsterdam was het huis aan de Herengracht  ‘gesloten’ en zal het personeel tot een minimale bezetting zijn teruggebracht voor zover het niet meereisde.

Huisvesting

Uit de registers kan men echter wel opmaken dat geregeld vijf inwonende personeelsleden gehuisvest moesten worden. De boedelinventaris van na het overlijden van mevrouw Holthuysen geeft aanwijzingen waar zij ondergebracht waren. Zo is er sprake van drie ledikanten met matrassen en beddengoed die opgeslagen waren op de zolder of vliering en van een Slaapkamertje en een Meidenkamer met een ledikant, terwijl in het souterrain een knechtskamer genoemd wordt waar een bed en een ledikant staan.

Het dienstverband

Resteert de vraag die ons tegenwoordig erg boeit; hoe waren de arbeidsverhoudingen, hoe was de omgang tussen het echtpaar en hun bediening, hoe leefde men samen in zo’n combinatie van wonen en werken? Het is nu nog maar moeilijk voor te stellen dat meneer en mevrouw voor allerlei dagelijkse behoeften persoonlijke bediening konden verwachten. De lijst van werkzaamheden voor huispersoneel omvatte onder meer ontvangst van bezoekers, schoonmaak van huis en huisraad, verzorging van kleding en linnengoed (naaiwerk en de was doen), bereiding voedsel en drank, bediening aan tafel en waarschijnlijk hulp bij aan- en uitkleden, wassen & toilet maken. Het ontbreken van moderne voorzieningen als stromend water, electriciteit of gas maakte de takenlijst nog aanzienlijk langer; dagelijks moesten kachels worden leeggehaald, opgestookt en verzorgd, moest water heen en weer gedragen worden, lampen aangestoken en uitgedaan etc. Personeel moest steeds beschikbaar zijn en maakte daardoor lange werkdagen. Weliswaar waren kost en inwoning deel van de arbeidsvoorwaarden, maar het loon was gering. Enerzijds bevonden de huisbediendes zich dus in een kwetsbare positie, afhankelijk voor onderdak en inkomsten van de werkgever, anderzijds konden ze ook bepaalde rechten doen gelden, uiteindelijk door de dienst op te zeggen.

Individuele gevallen konden volgens diverse auteurs sterk verschillen. Hierover weten we echter in het geval van familie Willet-Holthuysen en hun entourage (nog) vrijwel niets en het is lastig de feiten uit het register te interpreteren. Terwijl het merendeel van de werkneemsters na enkele maanden tot een jaar weer vertrok bleven huisknechten c.q. bedienden Leon Rouzeau, Carl Adolph Herklotz, Ernst Waldemar Fünckel, Heinrich Peter Eckermann, Dirk Karel Frederik Hulsen en Jacob Kroon jarenlang in dienst. Kok Wilhelm Götze spant de kroon; hij staat 12 jaar ingeschreven op de Herengracht en zal in totaal 25 jaar voor de familie blijven werken. Ook zijn vrouw Anna Katharina Schmidt werkte een jaar voor mevrouw Holthuysen, als kamenier. Significant voor de verhoudingen is misschien ook dat Maria Klaassen en Maria Sybilla Müller, twee vrouwen die eerder in dienst waren geweest, in de laatste jaren van het leven van mevrouw Holthuysen een tweede maal voor haar kwamen werken, als kamenier en gezelschapsdame.

De personeelsbezetting lijkt hoog geweest te zijn, gezien de grootte van de huishouding. Maar het hebben van (veel) personeel was zeker ook een statuskwestie, men achtte het aan zijn stand verplicht.Vast staat dat bij het overlijden van mevrouw Holthuysen de werknemers die op dat moment in dienst waren extra beloond werden. In het geval van de kok Götze zelfs uitzonderlijk royaal; hij kreeg 10.000 gulden zijn kinderen werden bedacht met een som van f 4000.

Verder schonk mevrouw Holthuysen een deel van haar vermogen (f 25.000) aan de Diaconie van de Nederduitsch Hervormde Gemeente om een tehuis te laten oprichten voor bejaarde vrouwen, bij voorkeur haar oud-werkneemsters. Dit is uiteindelijk gerealiseerd in een nieuw gebouw op Oosterpark 6 te Amsterdam dat er nog altijd staat.

Gesticht van Sandrina Louisa Geertruida Holthuysen, Oosterpark 6 te Amsterdam

Bronnen:

  • Barbara Henkes, Hanneke Oosterhof, Kaatje ben je boven? Leven en werken van Nederlandse dienstbodes 1900-1940, 1985.
  • Ileen Montijn,  Leven op stand, 2008.
  • Stadsarchief Amsterdam
  • Bert Vreeken, Bij wijze van museum, proefschrift 2010.

Blijf op de hoogte

Meld u aan voor de nieuwsbrief van het Amsterdam Museum, zo blijft u ook op de hoogte van de activiteiten in Museum Willet-Holthuysen.