'De theestoof is de rigueur'

12 april 2016

Theeschenken voor haar gasten was een van de weinige huishoudelijke bezigheden van een mevrouw zoals Louisa Holthuysen en ze maakte er dan ook een hele ceremonie van. Het keteltje met kokend water werd met behulp van een koperen thee-emmer met daarin een komfoortje vanuit de keuken naar de kamer gebracht waar men thee dronk.

stoof
Twee ketels met komforen uit de collectie van het Amsterdam Museum

Petra Theunisse-Nijsse, die uitgebreid ingaat op het theedrinken bij de schrijver Louis Couperus (1863-1923), schrijft onder andere:  ‘Voor het serveren van de thee had men een keur aan zilverwerk en (Japans of Chinees) porselein in huis. Een rijk gedekte theetafel met een kostbaar theeservies was een belangrijk statussymbool. De gastvrouw schonk de thee doorgaans zelf in. In het zilveren trekpotje werd een sterk thee-extract gemaakt, waarvan steeds een bodempje werd uitgeschonken in de kopjes en dat vervolgens aangevuld diende te worden met heet water uit een bouilloire.’

De boedelinventaris, die opgemaakt is na de dood van mevrouw Holthuysen, vermeldt in de provisiekamer maar liefst vijf theestoven met enige bijbehorende ketels en komfoortjes. Daarvan zijn nog twee exemplaren te traceren in het depot van het Amsterdam Museum, op basis van etiketten en de omschrijvingen op de inventariskaarten (nrs. KA 7748 en KA 6886). Beide stoven zijn houten kuipen met een koperen binnenemmer; komfoor en  keteltje ontbreken.  Eén stoof is opmerkelijk omdat hij qua stijl en model goed aansluit bij het meubilair van de studeerkamer en van de zijkamer. Het eerste vertrek was onder meer gemeubileerd met notenhouten boekenkasten in Louis XVI-stijl. De stoof is net als die kasten uitgevoerd met cannelures en rozetten op de poten en heeft profiellijsten die gedeeltelijk zwart gekleurd zijn. In de zijkamer zijn eveneens notenhouten Louis XVI-stijl meubels met een verwante pootvorm en profiellijst. (vgl. http://www.willetholthuysen.nl/blog/herstel-van-de-herenkamer-deel-3)

theestoof
Theestoof, 1860-1880. Collectie Amsterdam Museum

De andere stoof heeft een emmervorm is dus eigenlijk meer een thee-emmer. Ook is de decoratie heel anders; op de zwart gefineerde kuip zijn getorste stijltjes en gedraaide knoppen en pegels van lichtgekleurd noten bevestigd. Het is een model  dat vanwege de decoratie wel ‘genre renaissance’ genoemd wordt en is vermoedelijk geproduceerd door de firma Horrix.[1] Dit was een belangrijke Haagse meubelfabrikant die winkels had in Den Haag en Amsterdam.  De thee-emmer past niet bij ander meubilair dat bewaard is gebleven in de collectie Willet. Het is echter bekend dat in de begintijd van het museum bepaalde meubelensembles uit met name de privévertrekken verkocht zijn door Frans Coenen, de eerste conservator.  Dat daarbij de meest moderne, niet antieke genre-meubels het eerst het veld moesten ruimen ligt voor de hand. Aangezien kamers gewoonlijk in één stijl werden ingericht in huize Willet is het mogelijk een aanwijzing dat er meer meubilair in dit genre geweest is.

thee
Theestoof, 1840-1860. Collectie Amsterdam Museum

Bij de theestoof en de koperen binnenemmer hoorden oorspronkelijk een waterketel, eventueel een rooster dat los in de emmer gelegd kon worden en een komfoor daaronder.  Helaas ontbreken die onderdelen bij de besproken theestoven, maar we hebben andere exemplaren uit de periode die we kunnen tentoonstellen.

Enkele decennia later - zo rond 1900 - lijkt het theestoofritueel geheel ingeburgerd te zijn onder brede lagen van de bevolking. Het is niet meer alleen voorbehouden aan de elite. De schrijver Louis Couperus heeft ermee te stellen. Uit Metamorfoze:

‘Een 'modern artist', ten minste in Holland, mag alleen maar burgerfamilie's om een ronde theetafel met een theestoof beschrijven, en geen menschen buiten de theestoof-côterie om. Geen arbeiders, want die zijn 'ruw', en ook geen chiquere lui, want die zijn 'geparfumeerd', en hebben een bouilloir. De theestoof is de rigueur. De vent heeft dus heusch gelijk. Ik zal, als er een volgende editie komt, Mathilde aan het kousen-mazen zetten. Dan zal je zien: dan is de heele roman in orde.’[2]

Nog weer wat later, in de jaren 20, werd mijn beppe als klein meisje in Den Haag meegenomen naar een uitspanning waar de theestoven bij de tafeltjes waren neergezet zodat ieder naar believen de eigen thee kon aanlengen. De theestoof was ‘gewoon’ geworden.

De Willet-theestoven kunt u zien in de provisiekamer van het museum.

[1] Vgl de thee-emmer in T. Eliëns, A.J. Scherpenzeel; Koninklijk goedgekeurd Horrix en Mutters Twee Haagse meubelfabrikanten, Waanders: Zwolle, 2010,  p. 29, Afb. b.c. die wordt toegeschreven aan de firma Horrix  (Haags Gemeentemuseum nr. 1033981).

Hoewel hier de kleurstelling precies andersom is als bij het exemplaar uit museum Willet-Holthuysen, zijn het formaat, de vormen en detaillering vrijwel identiek. Interessant is dat de bijbehorende waterketel in het HGM bewaard is gebleven.

[2] L. Couperus in: Metamorfoze, 1897, 87-88.

 

Bronnen:

Montijn, I., Leven op stand, 2008

Thema Thee. De geschiedenis van de thee en het theegebruik in Nederland. Museum Boymans-van Beuningen. Rotterdam, 1978, p.54-57. 

 Theunissen-Nijsse, P.;  http://www.louiscouperus.nl/publicaties/artikelen/de-theestoof-is-de-rigueur/

Voorst tot Voorst, J.M.W. van, Tussen Biedermeier en Berlage. Meubel en Interieur in Nederland tussen 1835 - 1895. De Bataafsche Leeuw: Amsterdam, 1992 p. 711.

Blijf op de hoogte

Meld u aan voor de nieuwsbrief van het Amsterdam Museum, zo blijft u ook op de hoogte van de activiteiten in Museum Willet-Holthuysen.