De parketvloer van de koepelkamer - Vloerenonderhoud

4 december 2020

Begin 2018 moesten de balken onder de drempel van de koepelkamer gerestaureerd worden en de marmertegels uit de gang ter plekke werden opnieuw gelegd. Toen dat eenmaal klaar was verlegden we ons werkterrein naar de koepelkamer zelf. Samen met stagiaire Rosa Helin is in april – mei dat jaar enkele weken gewerkt aan de restauratie en het onderhoud van de parketvloer.

De verschillende segmenten van de meanderrand van het 24 mm. dikke parket worden in hoofdzaak door smalle losse latjes, zgn. ‘veren’ in groeven in de zijkanten verbonden[1]. Langs de randen zijn de tegels soms met steekspijkers blind gespijkerd in de ondervloer. Brede plankjes zijn geregeld samengesteld door verlijming. Ook de ruitvormige massieve eiken plankjes in het middenveld zijn onderling slechts door de losse veren verbonden. Door de veer en groef constructie die verder niet gelijmd is, blijft een beperkte beweging van het hout als gevolg van krimpen en uitzetten mogelijk.

 

[1] De ‘veren’ zijn hier ‘kras’ (oriëntatie van houtdraadrichting haaks / 90° op de lengterichting van het latje), niet ‘langs’ van houtdraad. Er zal hier voor een krasse draadrichting gekozen zijn omdat de vrij korte veren zo een hogere sterkte hebben als verbinding tussen de vaak kleine parketsegmenten.

De vloer is globaal te dateren aan de hand van bewerkingssporen en materiaalgebruik. De individuele latjes en plaatjes zijn namelijk met een cirkelzaag gezaagd. De meanderrand is met draadnageltjes bevestigd. Zowel de zaagmethode als het type spijkertjes werden in Nederland pas in de tweede helft van de 19de eeuw algemeen toegepast. Dit valt samen met de tijd dat de familie Willet-Holthuysen er woonde.

Conditie

De houten vloeren van het museum vertonen na jaren van openstelling diverse slijtagesporen. Goed waarneembaar is dat bij de ingang van kamers de vloeren vaak kaal gelopen zijn. De waslaag is daar verdwenen en het hout is aan het oppervlak plaatselijk vaak mm.’s diep weggesleten. Het hout voelt er ruw aan en vuil hecht zich daar gemakkelijk aan. Na 70 jaar centrale verwarming is bovendien in het parket nogal wat krimp[1] opgetreden waardoor er kieren tussen segmenten zijn ontstaan en gelijmde houtverbredingen zijn los geraakt. Vooral rond de radiatoren en in de buurt van de balkondeuren waarin ramen vrijwel tot aan de vloer doorlopen zijn forse kieren ontstaan

 

[1] Er is hier waarschijnlijk sprake van twee soorten krimp; de permanente schade aan de houtstructuur veroorzaakt door hoge vochtigheid waardoor het hout zwelt en zich kapot drukt tegen een begrenzende constructie (compressie). Plus de enigszins reversibele krimp die veroorzaakt wordt door uitdroging, bijvoorbeeld vanwege een (te hoog afgestelde) centrale verwarming.

Ook zijn plaatselijk stukjes parket gaan ‘schotelen’ – ze zijn kromgetrokken en stonden daardoor langs de randen enigszins omhoog. Omdat de opstaande randen dan gevaar lopen kapot gestoten te worden is er naar gestreefd de segmenten weer vlak te drukken. Om ze vlak op hun plaats te houden hebben we kieren met ingelijmde eiken en mahonie strips gevuld. Bijkomend voordeel van deze aanpak is dat zich daarna in de gesloten naden geen vuil of was meer kan ophopen.

Tijdens het werk ontdekten we dat de vloer eigenlijk nog wat groter was dan tot dusverre bekend; onder een metalen plaat liep het parket door tot in de schouw. De dunne gewalst ijzeren plaat die dat afdekte moet een latere, moderne twintigste-eeuwse toevoeging zijn,  uit de tijd dat er nog kolenkachels gestookt werden in het museum. Het flink gekrompen en kromgetrokken oude parket paneel eronder bleek namelijk behoorlijk vuil van het zwarte kolenstof. Ook waren er wat krassen in het hout, mogelijk van een heen en weer geschoven kacheltje. Erg intensief zal er overigens in de tijd van de Willet’s niet gestookt zijn; het houten parket onder de kachel zou dat immers niet overleefd hebben. De vier hoge ramen en twee glasdeuren maakten sowieso dat de kamer minder goed te verwarmen was en dus niet zo geschikt voor gebruik in de winter.

 

Na het vullen van de kieren volgde het schoonmaken van de vloer waarbij vuile oude wasresten werden opgelost en afgenomen. Daarna is het nieuwe hout gekleurd met wasbeits en de hele vloer is afgewerkt met bijenwas. Er is bewust afgezien van vlakschuren van de oneffenheden in het parket. We wilden de verkleuringen, de slijtagesporen en de vele kleine vervormingen - het  zgn. ‘plastisch patina’ van de vloer-  niet kwijt raken

Alhoewel er door eerdere onderhoudswerkzaamheden van een intact bewaard origineel oppervlak inclusief afwerkingslaag waarschijnlijk geen sprake meer is en monstername dus geen uitsluitsel zal geven, weten we uit  de vroege museumarchieven dat jaarlijks meerdere kilo’s was en kannen terpentijn werden aangeschaft, wat ongetwijfeld voor het onderhoud van de vloeren bedoeld zal zijn geweest. Aangezien in het pas geopende museum voor een deel hetzelfde personeel bleef werken dat ook al bij mevrouw Holthuysen in dienst was geweest; te weten schoonmaakster Th. van Soen en huisknecht M. A. Wennekes[1] kan dit heel goed de aanpak zijn geweest die van oudsher gevolgd werd.

De keuze voor bijenwas voor de vloer is tegenwoordig niet meer geheel vanzelfsprekend. Voor een dunne (‘slappe’) was is namelijk veel oplosmiddel nodig. Traditioneel werd hiervoor het schadelijke terpentijn gebruikt, tegenwoordig vervangen we dat door aromaat-arme terpentines die echter ook zo hun gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Goed ventileren, dampmaskers en handschoenen zijn dus een voorwaarde bij het werk. Een vloer die in de was is gezet heeft een zachte glans en slechts weinig reflectie, het ziet er heel anders uit dan de hoge glans van een vernis of de donkere verzadiging van een geoliede vloer. Plaatselijk bijwerken van doorgesleten plekken of vlekken is eenvoudig; met een föhn kan de was ingesmolten en vervolgens uitgeboend worden.

 

[1] Hoewel Wennekes als suppoost bij het museum werd aangesteld, kreeg hij zo nu en dan extra betaald voor schoonmaakwerkzaamheden.

Blijf op de hoogte

Meld u aan voor de nieuwsbrief van het Amsterdam Museum, zo blijft u ook op de hoogte van de activiteiten in Museum Willet-Holthuysen.